> Wapenschild van Karel II de Lalaing, neef van Antoon de Lalaing. Fragment van een glasraam uit de Sint-Katharinakerk van Hoogstraten.

 



Stedelijk Museum Hoogstraten

Het Stedelijk Museum van Hoogstraten is gelegen op één van de mooiste begijnhoven van Vlaanderen. Het begijnhof van Hoogstraten ontstond in de 14de eeuw en is UNESCO-werelderfgoed. In de vaste opstelling wordt de Hoogstraatse stadsgeschiedenis en de prehistorie gepresenteerd.


Het Stedelijk Museum Hoogstraten

Praktisch:
Het museum is geopend van woensdag tot en met zondag van 14.00 tot 17.00 uur en na afspraak. De toegang tot het museum is gratis. Voor reservatie van een gids, kan u contact opnemen met de toeristische dienst van Hoogstraten op 03 340 19 55 of toerisme@hoogstraten.be.

Contact:
Stedelijk Museum Hoogstraten
Begijnhof 9
2320 Hoogstraten
Tel: 03 340 19 80
E-mail: museum@hoogstraten.be
Web: www.erfgoedbankhoogstraten.be

Vaste opstelling

Stadsgeschiedenis. In de tentoonstelling komt de ganse geschiedenis van Hoogstraten aan bod. In de middeleeuwen krijgen de inwoners van Hoogstraten een eigen markt, een eigen bestuur en een eigen zegel. Het bestuur, de schepenbank, bestaat uit inwoners van Hoogstraten. Zij heeft zowel taken van juridische, bestuurlijke als notariële aard. Door haar vrijheidsrechten en haar gunstige ligging ontwikkelt Hoogstraten zich snel tot een handelsstadje.

De oude vrijheidszegel van Hoogstraten

Vanaf de 13de eeuw kende Hoogstraten een gestage groei tot haar bloeiperiode in de eerste helft van de 16de eeuw. De toenmalige graaf en gravin van Hoogstraten, Antoon de Lalaing en Elisabeth van Culemborg, zijn machtige figuren in de Nederlanden van de 16de eeuw. Zij geven Hoogstraten nog meer prestige door de bouw van de Sint-Katharinakerk en het stadhuis. De 80-jarige oorlog (1568-1648) betekent een enorme slag voor Hoogstraten. Door de onveiligheid valt de handel stil en Hoogstraten komt in de frontlinie te liggen. Na scheiding van de Noordelijke Nederlanden is Hoogstraten haar centrale ligging kwijt en wordt een afgelegen grensstadje.

In de periode 1648-1795 weet Hoogstraten zich voor een stuk te herpakken. Hoewel ze niet meer gelegen is op de oude middeleeuwse handelsroutes, blijft Hoogstraten wel een centrum voor de regio. Vooral door de komst van het Heilig Bloed in 1652 wordt zij ook een religieus centrum voor de streek. Tot 1795 behoudt Hoogstraten ook haar vrijheidsrechten van 1210 en heeft hierdoor economische voordelen ten opzichte van de omliggende dorpen. Ook bestuurlijk blijft het zwaartepunt van de regio in Hoogstraten liggen.

Oude 16de eeuws inhoudsmaat van Hoogstraten

Begin van de Brabantse revolutie in Hoogstraten!
In 1789 brak de Brabantse omwenteling uit. Het is in Hoogstraten dat deze revolutie officieel begon! De leider, Hendrik van der Noot, verklaarde op de pui van het stadhuis de keizer van Oostenrijk vervallen van de Brabantse troon. Het "Manifest van het Brabantse Volk", een enorm belangrijk stuk uit onze Belgische geschiedenis, kan u komen bekijken.

Het einde van de 18de eeuw en de 19de eeuw betekenen een omwenteling in de streek. Door de Franse Revolutie zijn tal van kloosters en kerken hun bezittingen kwijt. De hertogen van Hoogstraten zijn verdwenen. Hoogstraten is haar middeleeuwse vrijheidsrechten kwijt. De bevolking verarmt en een nieuwe groep van grootgrondbezitters komt op. Van groot belang waren wel de oprichting van het Klein Seminarie (1835) en het Spijker (1832). Hoogstraten wordt hierdoor een echt scholencentrum.

"Nu is Hoogstraten dood" - het moordwapen van Hoogstraten
De Tweede Wereldoorlog kent rampzalige gevolgen. Gedurende weken ligt Hoogstraten in de frontlinie en het terugtrekkende Duitse leger blaast in 1944 de Sint-Katharinakerk op. "Nu is Hoogstraten dood" zeiden de mensen. De lont waarmee de kerk werd opgeblazen, het moordwapen van Hoogstraten, is ook te zien. Uiteindelijk herstelde ook Hoogstraten van deze oorlog. De oprichting van de Veiling der Noorderkempen (1933) en de Land- en Tuinbouwschool (1947) hebben de land- en tuinbouw een nieuwe impuls gegeven en in 1958 is de Sint-Katharinakerk al herrezen.

Hoogstraats zwart aardewerk uit de 19de eeuw

De prehistorie. Voor de permanente bewoning in de regio Hoogstraten, waren er eerst vormen van tijdelijke bewoning. Zowel uit de steentijd, bronstijd als ijzertijd zijn er sporen gevonden. Het gaat hier om tijdelijke nederzettingen. We kunnen pas met zekerheid spreken van een permanente bewoning vanaf de 12de en 13de eeuw. Vanaf die periode getuigen de eerste archiefstukken over de verschillende dorpen.
De steentijd: De oudste aanwezigheid van bewoning vinden we terug in Meer op de Meirberg, een oude duin met nu verdwenen moeren. Op het einde van de oude steentijd zo’n 13.500 jaar geleden kampeerden jagers-verzamelaars bij voorkeur op hoger gelegen plaatsen in de nabijheid van water. Deze mensen waren nomaden en jaagden er op eland, oerrund, edelhert en reeën. Ook wolven, beren, heel wat vogelsoorten en vissen stonden op het menu. Ze woonden in tijdelijke kampen, in onze streken waarschijnlijk in tenten bedekt met dierenhuiden. Deze groepen behoorden tot de Federmesser-cultuur, een benaming die teruggaat op het meest kenmerkende werktuig, een spits met afgestompte boord, lijkend op het lemmet van een zakmes, of in het Duits “Federmesser”.


Pijlpunt uit de Steentijd

Over de bronstijd in onze regio is weinig geweten. Wel is er een depot van bronzen bijlen gevonden in de Vlamingstraat te Hoogstraten, maar geen nederzetting. Waarom men dergelijke depots begraven werden, weet men niet met zekerheid. Gaat het hier om het verstoppen van waardevolle voorwerpen als bescherming tegen diefstal of om het offeren van rijkdom als uiting van status? In Minderhout aan de Beemden werd een grote cirkelvormige verkleuring in de bodem ontdekt. Mogelijk is het de greppel rond een kleine grafheuvel.
Er verschillende nederzettingen uit de ijzertijd gevonden. In tegenstelling tot de Meirberg waren de bewoners geen jagers-verzamelaars meer, maar wel landbouwers. In Meer aan de Zwaluwstraat werden sporen van vermoedelijk vijf woonhuizen, verschillende bijgebouwtjes en enkele waterputten gevonden. De huizen waren opgetrokken uit hout, als dakbedekking werd riet of stro gebruikt. De wanden bestonden uit met leem bestreken vlechtwerk. Vermoedelijk leefden mens en dier onder één dak. Ambachtelijke activiteiten zoals spinnen, weven en pottenbakken gebeurden ter plaatse. Ook in Minderhout aan de Beemden werden sporen van de ijzertijd gevonden. Bij het archeologisch onderzoek werden heel wat aardewerkscherven opgegraven, meestal afkomstig van handgevormde voorraadpotten gemaakt uit ruwe, donkere klei. Een bijzondere vondst zijn twee spinschijfjes. Dit zijn kleine schijfjes uit klei die men gebruikte als gewichten om de woldraden uit te rekken zodat ze makkelijker konden spinnen.


Spinschijfjes gevonden te Minderhout

 
      Erfgoedbank Hoogstraten - www.erfgoedbankhoogstraten.be - © Stedelijk Museum Hoogstraten